Les 10: rijden op de autosnelweg

Rijden op de autosnelweg

De les “rijden op de autosnelweg” moet in feite worden verdeeld in 3 delen:

  • invoegen
  • rijden/inhalen/rechts rijden
  • uitvoegen

Invoegen

de meest gemaakte en meest gevaarlijke fout is invoegen met een te lage snelheid. De invoegstrook is er juist om je in staat te stellen een voldoende hoge snelheid te bereiken vòòr je op de snelweg invoegt. Zo vroeg mogelijk op de invoegstrook (ten minste wanneer deze parallel begint te lopen met de autosnelweg), begin je al met kijken; voor je uit en binnenspiegel, buitenspiegel, dode hoek. Op hetzelfde moment trek je sterk op; als het nodig is geef je plankgas en sla je een versnelling over (3-5 of 4-6).

Op dit moment mag je in de 3e versnelling blijven staan om harder te kunnen optrekken, indien de invoegstrook te kort is om rustig op z’n minst tot 80-90 km/u op te trekken. Dit kan nodig zijn om voldoende te accelereren op een (ver)korte invoegstrook.

Je moet altijd:
kijken en richting (naar links) aangeven
snelheid (blijven) opvoeren (afhankelijk van de situatie)
dàn invoegen.

Stond je nog in de 3e versnelling, dan schakel je nadat je hebt ingevoegd naar de 5e en dan de 6e versnelling. Wanneer je dit onder de knie hebt, kun je ook tegelijkertijd schakelen en kijken/invoegen.

Denk NIET dat dit makkelijk is, of dat je dit wel direct al kan.

In plaats van 3-5 schakelen mag 4-6 ook, als je 6 versnellingen hebt en de lengte van de invoegstrook voldoende is. Je slaat best niet meer dan 1 versnelling over.

Rijden op de autosnelweg

rijden op de autostrade moet natuurlijk met voldoende snelheid gebeuren, maar denk eraan dat jij als ouder nu hebt te maken met iemand voor wie 100 of 120 km/u misschien eerder op laagvliegen lijkt. Dit is een kwestie van gewenning, drukte, manier van kijken / waarnemen en perceptie. Wees dus geduldig en verwacht niet dat je zoon / dochter direct 120 wil rijden. Begin desnoods met 80 à 90 km/u en voer dat langzaam op. Op de snelweg kijk je het best ver voor je uit en af en toe (elke 5 à 10 seconden) in je spiegels.

Inhalen op de autosnelweg

ook hier is het erg belangrijk om de kijktechniek juist en geheel toe te passen. Stel je de volgende situatie eens voor:

dode-hoek-autostrade
2 Auto’s willen beide naar de middelste rijstrook en zien elkaar totaal niet; tenzij ze in hun dode hoek kijken. Daarnaast geven je binnenspiegel en buitenspiegel natuurlijk ook veel nuttige informatie.

Wanneer je meerdere rijstroken moet opschuiven, doe je dat rijstrook per rijstrook

1 keer richting aangeven om meerdere rijstroken op te schuiven is niet alleen verboden, maar ook gevaarlijk. Hoe moeten anderen weten dat je 2 rijstroken opschuift en niet 1?

Rechts rijden op de autosnelweg

het rechts rijden op de autostrade is een grote zwakke plek van de meesten onder ons. Waarom toch? Beste mensen: rechts rijden is echt verplicht; ook op de autostrade! (art. 9.3.1 wegcode). Een andere rijstrook mag slechts worden gevolgd om in te halen of een bepaalde richting te volgen. Maar op de ring van Brussel al links rijden om bij Antwerpen voor te sorteren, is niet toegestaan. Ik zeg dit omdat ik weet dat vrijwel iedereen gelooft dat je op de autostrade niet rechts hoeft te rijden… Wel dus! Bovendien zorgt onnodig links rijden voor een slechtere doorstroming en ontstaan files makkelijker.

Uitvoegen

wanneer je uitvoegt gebruik je daarvoor het beste de gehele uitvoegstrook, zoals de bedoeling is. Begin ongeveer 300 meter voor het begin van de uitvoegstrook al richting aan te geven. Ruim voor die tijd, op niet minder dan 600 meter afstand, dien je je naar de rechter rijstrook te begeven. Ook in deze gevallen hanteer je de bekende kijktechniek; uit voorzorg en omdat de kijktechniek nu al een automatisme zou moeten zijn dat onlosmakelijk bij richting aangeven hoort. De richtingaanwijzer dient pas te worden uitgezet wanneer je een doorgetrokken streep links naast je hebt; niet al van zodra je op de uitvoegstrook rijdt. Verlaag nooit de snelheid op de autostrade zelf, maar pas op de uitvoegstrook (indien mogelijk). Ook hier geldt: niet terugschakelen. Bol in de 5e / 6e versnelling uit en schakel pas wanneer de correcte / gewenste snelheid is bereikt. Moet je stoppen (kijk ver vooruit!), dan doe je dat dus ook in de 5e / 6e versnelling, waarbij je de koppeling pas indrukt wanneer het stationaire toerental (1.000 t/min) is bereikt.

Ik gebruik voor deze les meestal afslag 21 “Sterrebeek”, waar je direct weer terug naar Brussel kan via de autosnelweg om nog eens in en uit te voegen of op de terugweg de afslag kunt nemen richting Zaventem, enz.

Weefvakken

Weefvakken zijn een combinatie van een invoegstrook en een uitvoegstrook. In principe heeft het uitvoegende verkeer hier voorrang, omdat zij zich op de hoofdrijbaan bevinden. Het is echter logischer en veiliger om invoegend verkeer voor te laten gaan. Uitvoegend verkeer moet immers afremmen, terwijl invoegend verkeer moet optrekken. Zou je hier strikt de wet gehoorzamen, dan moet verkeer dat moet optrekken achter afremmend verkeer rijden, waardoor je met een lagere snelheid moet invoegen. Natuurlijk is het bij weefvakken nog belangrijker correct en vroeg je richtingaanwijzers te gebruiken! Op deze manier weet je medeweggebruiker wat je wilt gaan doen en kan die zijn / haar gedrag daarop afstemmen.

Rijd je op het weefvak en wil je ook direct die afslag nemen, dan is het het beste je richtingaanwijzer aan te zetten naar rechts, totdat je de afslag hebt genomen. Zo weet uitvoegend verkeer beter hoe het op jou moet reageren.
weefvak

Duidelijkheid is veiligheid!