Les 12: keren op de weg

Keren op de weg

We zijn toe aan keren op de weg d.m.v. steken, beter bekend als straatje keren, keren op de weg of een halve draai.

Ook hier hebben we te maken met kijktechniek en stuurtechniek, net als bij het parkeren.

Keren op de weg begint bij het correct stil gaan staan: dit moet dicht bij de trottoirband gebeuren, maar niet te dichtbij; dan stuur je je banden “in de stoeprand”, en dat is absoluut niet de bedoeling (tenzij je de wangen van je band een beetje zwakker wilt maken om wat risico en spanning toe te voegen aan het autorijden).

Belangrijk vooraf

  • je mag de stoeprand raken bij het keren, maar niet het trottoir oprijden. Wielen tegen de stoep dus; niet op de stoep
  • het is niet altijd mogelijk niemand te hinderen. De wegcode gebiedt ons niet onnodig te hinderen. Da’s dus niet hetzelfde als helemaal niet hinderen. Soms kun je nu eenmaal niet anders
  • Wanneer je naar links bent gereden en tegen de stoeprand aanstaat, is het eigenlijk niet de bedoeling te wachten om anderen achter je langs te laten rijden. Doen ze dat dan kun je niet anders, maar het is niet de bedoeling. Uit sociale overwegingen zouden zij je beter je draai laten afmaken, maar ja.. Laat je anderen achter je langs rijden, dan hinder je de andere weghelft
  • sturen wanneer je stilstaat moet sterk worden afgeraden! Het is slecht voor de banden, aangezien die in principe door de velg (het metalen ding waar de band omheen zit) over de weg worden getrokken wanneer je dat doet. En ook hiermee verminder je de sterkte van de band. Sturen dient enkel te gebeuren wanneer je in beweging bent!
  • telkens je de stoep raakt met je wielen, hangt de bumper (voor of achter) over de stoep. Let dus op voetgangers en obstakels zoals vuilbakken en lantaarnpalen!
  • geen gas geven! We gebruiken hier de slippende koppeling. Weet je niet wat een slippende koppeling is, neem dan eerst die les door

 

Nog wat vooraf

  • je voorbereiding is kijken: binnenspiegel, buitenspiegel, over je rechterschouder
  • daarna stuur je naar rechts richting de stoep, alsof je voorwaarts parkeert. Raak de stoep absoluut niet!
  • houd een beetje afstand tussen de wielen en de stoep. Wanneer je naar links gaat wil je niet de stoep raken met je banden, omdat ook dit schadelijk is voor de band
  • net voordat je de stoeprand raakt, kun je in principe de koppeling indrukken. Wegen worden gerond aangelegd, zodat regenwater naar de goten afvloeit. Dit heet “tonronding”. Hiervan kun je gebruik maken en de auto zachtjes tegen de stoep laten rollen
  • wanneer je stilstaat, druk je altijd op de rem! Een remlicht is een communicatiemiddel, dus communiceer! Als jij remt zien anderen dat en kunnen ze dus zien dat je blijft staan. Belangrijk i.v.m. voorrang verlenen/nemen

 


straatje-keren-1-3

Stap 1

  • als eerste zul je naar links gaan; kijk dus in je binnenspiegel, buitenspiegel en over je linkerschouder. Inhalend verkeer heeft voorrang. Geef ook richting aan naar links
  • rijd met een voet bij de koppeling (voor de snelheid) en de andere bij de rem (voor de veiligheid)
  • met slippende koppeling rijd je langzaam; van zodra je in beweging komt, stuur je geheel en vlot naar links; niet wanneer je nog stilstaat
  • je nadert nu het linkertrottoir. Kijk door de onderste rechterhoek van het voorraam. Je zult de stoeprand hier naartoe zien bewegen
  • wanneer de stoeprand zichtbaar is in deze hoek, stuur je 1,5 slag naar rechts zodat de wielen weer recht staan en druk je de koppeling in zodat de auto dankzij de tonronding zachtjes tegen de stoeprand aan rolt
  • let er op dat weggebruikers die zich op het trottoir bevinden voorrang hebben! Je mag ze dus geen duwtje met de bumper geven. Let ook op lantaarnpalen, containers, andere obstakels, enz.

bandje-auw

Niet terug sturen heeft als gevolg dat de wielen, wanneer ze de stoeprand raken, ze eigenlijk voorbij hun capaciteit (voorbij de draaicirkel) naar links worden geduwd door het gewicht van de auto. Dat vinden de wielen niet leuk! Gewoon fijn die 1,5 slag terug sturen dus, zodat de wielen netje rechtuit staan en de krachten kunnen opvangnen


straatje-keren-2-3

Stap 2

  • je zult naar achteren gaan rijden, maar dit keer kan er verkeer van zowel links als rechts (of noem het voor en achter als je wilt) verkeer aankomen. Je begint dus weer met kijken; van over je linkerschouder naar over je rechterschouder. Zo kijk je bijna helemaal om je heen, dus zie je alles. Ook de voetgangers op het trottoir achter je, als die er zijn
  • met een slippende koppeling rijd je langzaam achteruit. Stuur helemaal naar rechts zodra je in beweging bent
  • wanneer de auto niet haaks op de weg staat, maar iets daar voorbij naar links, stuur je 1,5 slag terug naar links. Dit keer niet vanwege de voorwielen, maar gewoon ter voorbereiding op de volgende stap
  • wanneer je hebt gestuurd, druk je de koppeling in om weer gebruik te maken van de tonronding van de weg

 


straatje-keren-3-3

Stap 3

  • je staat dus met de achterwielen tegen de stoeprand (vanaf dat punt is het een zaak van wegrijden en nacontrole)
  • kijk weer van links over je schouder naar rechts over je schouder ter voorbereiding
  • met een slippende koppeling rijd je weg; stuur zover naar links als nodig is

 

de manoeuvre eindigt hier niet!

Het laatste onderdeel wordt bijna altijd vergeten maar is wel degelijk een onderdeel van de manoeuvre en belangrijk i.v.m. de veiligheid:

  • neem de correcte plaats op de weg in
  • doe je inhaalcontrole; binnenspiegel, linkerbuitenspiegel
  • pas wanneer je hebt gezien dat er niemand inhaalt, voer je je snelheid verder op

 


Nu zijn er eigenlijk nog 2 manieren op te keren op de weg. Die 2 manieren zijn als volgt:
keren-kruispunt keren-bocht-achteruit