Les 14: achteruit inparkeren

Achteruit inparkeren (garage)

 

Welkom bij de les “achteruit inparkeren”. Hiermee bedoel ik parkeren zoals je bijvoorbeeld bij de supermarkt doet; deur aan deur.

Hiervoor bestaan er 2 technieken, welke zo’n beetje altijd werken. Natuurlijk geldt ook hier: de techniek is er om het makkelijker te maken gevoel te ontwikkelen. Bovendien maken ook hier de kleine dingen het verschil; sneller of langzamer sturen, iets sneller of langzamer rijden; het heeft allemaal invloed op de uitkomst. Gevoel is nodig om te kunnen bepalen hoe snel je moet rijden of sturen. Laten we beginnen..


 

Achteruit inparkeren techniek 1

inparkeren-2-autos

  • bepaal in welk vak jij wilt parkeren, en welke de 2e auto erna is
  • bewaar een zijdelingse afstand van ongeveer 2,5 meter
  • rijd door totdat je met de middenstijl (zie foto) van de auto bij het einde van dat 2e vak/auto komt
    middenstijl
  • bij parkeren en fileparkeren geldt een andere kijktechniek: zonder spiegels van dode hoek naar dode hoek. Op deze manier kijk je helemaal om je heen en begrijp je beter wat zich waar bevindt
  • rijd voorzichtig (op de slippende koppeling) achteruit
  • wanneer de middenstijl bijna in het midden van het 2e vak is, stuur je ineens helemaal in naar rechts
  • hierdoor zal de neus uitzwaaien naar links; pas op voor verkeer van beide richtingen dat hierdoor gehinderd kan worden!
  • blijf doorrijden. Nu je de juiste positie en auto’s links en/of rechts van je nadert, check je je spiegels ook om te zien of je niets lnks of recht van je raakt of te dicht nadert
  • wanneer je ziet dat alles goed gaat, blijf je doorrijden. Kijk links en rechts om je heen (van schouder naar schouder) en nu ook achter je (draai je hoofd; niet met de spiegel). Er kan immers altijd een obstakel of voetganger zijn (gekomen)
  • wanneer de auto bijna recht in het vak staat, stuur je 1,5 slag terug naar links. Je stuur stond op de kop; nu staat het weer rechtop
  • rijd ver genoeg het vak in, terwijl je achter en naast je blijft kijken
  • zet de auto uit zoals geleerd

 


 

Achteruit inparkeren techniek 2

inparkeren-3-autos

is er voor de kleinere parkeerterreinen, waar de wegen tussen de vakken in dus ook smaller zullen zijn..

  • bepaal in welk vak jij wilt parkeren, en welke de 3e auto erna is
  • bewaar een zijdelingse afstand van ongeveer 1 meter en
  • rijd door totdat je met de buitenspiegel van de auto bij het begin van dat 3e vak komt
  • bij parkeren en fileparkeren geldt een andere kijktechniek: zonder spiegels van dode hoek naar dode hoek. Op deze manier kijk je helemaal om je heen en begrijp je beter wat zich waar bevindt
  • rijd voorzichtig (slippende koppeling) achteruit
  • wanneer de buitenspiegel het eind van het 3e vak nadert, stuur je 1 slag naar links (je stuur staat dan weer rechtop)
  • hierdoor zal de neus uitzwaaien naar rechts (richting de andere geparkeerde auto’s); pas op! Dit is waarom je 1 meter afstand houdt
  • blijf doorrijden. Nu je de buitenspiegel bij de andere kant van dat 3e vak komt, stuur je helemaal in naar rechts. De neus zal nu uitzwaaien richting mogelijk inhalend/voorbijrijdend verkeer
  • wanneer je ziet dat alles goed gaat, blijf je doorrijden. Kijk links en rechts om je heen (van schouder naar schouder) en nu ook achter je (draai je hoofd; niet met de spiegel). Er kan immers altijd een obstakel of voetganger zijn (gekomen)
  • wanneer de auto bijna recht in het vak staat, stuur je 1,5 slag terug naar links. Je stuur stond op de kop; nu staat het weer rechtop
  • rijd ver genoeg het vak in, terwijl je achter en naast je blijft kijken
  • zet de auto uit zoals geleerd

Bij deze beide methodes geldt; stuur liever iets eerder dan precies op de aangegeven punten; als je iets eerder stuurt, kun je daarvoor nog compenseren door de bocht iets wijder te maken. Als je te laat stuurt valt er niets meer te compenseren, aangezien je de bocht niet nog kleiner kunt maken.