Les 16: slippende koppeling

Slippende koppeling

Wauw, het klinkt bijna als de titel van een sprookje, nietwaar? “Jantje en de slippende koppeling”..

De slippende koppeling is dan ook even ongrijpbaar als de sprookjes-achtige naam doet vermoeden.

Wat is nu een slippende koppeling?

De koppeling vormt in feite de verbinding tussen de motor en de wielen. Met de koppeling kun je de krachtoverdracht van de motor doseren. Grijpt de koppeling net aan, dan gaat maar een beetje van die kracht naar de wielen; de rest ontsnapt omdat de koppeling dan “slipt”. Laat je de koppeling helemaal omhoog komen dan is de overdracht 100% en gaat dus alle kracht naar de wielen.

Druk je handen eens tegen elkaar. Wanneer je dat doet en je handen heen en weer beweegt ontstaat er wrijving. Druk je zachtjes, dan kunnen je handen nog onafhankelijk bewegen. Druk je hard, dan ontstaat er meer wrijving en wordt het moeilijker heen en weer te bewegen. Een koppeling werkt net zo.

Stel je voor, dat je wilt wegrijden achter een oma die te voet is. Je zoekt dus voorzichtig het aangrijppunt van de koppeling. Geef natuurlijk geen gas en houd de koppeling vast op het aangrijppunt. Je begint te rollen. Maar wat merk je; je rolt steeds sneller en sneller, tot je de koppeling zelfs los kunt laten en oma van d’r sokken rijdt.

Daar heb je even de slippende koppeling gebruikt. Een slippende koppeling houdt in, dat nog niet alle kracht die de motor produceert, via de koppeling wordt overgebracht naar de wielen. De koppeling “slipt”; er gaat kracht verloren.

Maar als je de koppeling vasthoudt op het aangrijppunt zal hij verder en verder aangrijpen, tot hij helemaal heeft aangegrepen en je de koppeling los kunt laten.

Om de slippende koppeling te gebruiken, zul je dus met de koppeling moeten “spelen”; ga je te langzaam dan laat je de koppeling iets aangrijpen. Ga je te snel, dan druk je de koppeling tot net onder het aangrijppunt. Met een echt constante snelheid rijden is onmogelijk met een slippende koppeling; je geeft als het ware de auto telkens een klein “duwtje” m.b.v. de koppeling.

Er bestaat een fantastische oefening om de koppeling onder de knie te krijgen.. Deze oefening is inderdaad niet fantastisch goed voor de koppeling, maar heeft tot nu toe iedereen geholpen die er een probleem mee had. Bovendien valt het best mee wanneer je dit slechts eenmalig doet.

Ga hiervoor naar een lange, rechte weg die omhoog loopt (de Tweehuizenweg in St.-P.-Woluwe is perfect), en zet de auto ongeveer in het midden stil.

Eigenlijk zijn er 5 oefeningen:

  1. stilstaan
  2. langzaam vooruit rijden
  3. langzaam achteruit rijden
  4. de auto achteruit laten rollen en “opvangen” met de koppeling deel 1
  5. de auto achteruit laten rollen en “opvangen” met de koppeling deel 2

Je gaat als volgt te werk

  1. stilstaan
    • houd je voeten op de koppeling en rem
    • laat de koppeling omhoog komen tot je die voelt (of hoort of ziet) aangrijpen
    • laat de rem los
    • neem de tijd om met gebruik van alleen de koppeling de auto te laten stilstaan
  2. langzaam vooruit rijden
    • vanaf punt 1 laat je de auto langzaam vooruit rijden met alleen de koppeling
    • probeer de auto eens iets sneller en iets langzamer te laten rijden
  3. langzaam achteruit rijden
    • laat na punt 2 te hebben geoefend de auto weer stilstaan
    • laat vanaf hier de auto laaaangzaam naar achteren rollen, “doorheen” de koppeling
    • probeer de auto eens iets sneller en langzamer te laten rollen
  4. de auto opvangen met de koppeling wanneer die heuvelafwaarts rolt – deel 1
    • houd de koppeling op het aangrijppunt en laat die langzaam helemaal omhoog komen
    • wanneer die helemaal omhoog is, druk je hem volledig in
    • de auto zal stil komen te staan door de zwaartekracht
    • wanneer de auto stilstaat (of eigenlijk net iets daarvoor) laat je de koppeling omhoog komen zodat de auto perfect stil blijft staan
  5. de auto opvangen met de koppeling wanneer die heuvelafwaarts rolt – deel 2
    • druk, bovenaan de helling, de koppeling helemaal in zodat je naar achteren rolt
    • laat dan de koppeling omhoog komen om de auto stil te zetten
    • zorg er voor dat de auto daarna niet weer vooruit rijdt. Belangrijk is om echt volledig stil te komen en blijven staan. Dat houdt in dat je de koppeling eerst verder omhoog moet laten komen voor het tot stilstand komen, en daarna weer iets moet indrukken om stil te blijven staan.