Les 17: gelegenheidsvoorrang

(Gelegenheids)voorrang

Voorrang lijkt in twijfel en mysterie gehuld te zijn voor sommigen.

Voorrang verlenen

diegene die voorrang heeft, in staat stellen ongehinderd zijn(/haar) weg te vervolgen.

Dat betekent niet enkel stoppen voor iemand, maar

je zodanig gedragen dat duidelijk is dat je voorrang zult verlenen

Dat gaat dus verder dan enkel de verplichting iemand niet te hinderen; je mag niet zodanig laat en hard remmen dat het niet duidelijk is dat je wel voorrang zult verlenen.

Denk aan een voetganger die wil oversteken maar eerst wacht op de auto die op het laatste moment toch stopt. Die auto heeft dan geen voorrang verleend.


 

3 hoofd-voorrangsregels

 

1: bestuurders van rechts heeft voorrang

Deze regel geldt enkel tussen bestuurders op kruisende wegen. Iemand op een rijstrook rechts van mij komt niet van rechts. Iemand die invoegt, komt niet van rechts. Dus deze regel is alleen van toepassing op een bestuurder die uit een rechtsgelegen straat komt

2: bestuurders met een korte bocht gaan voor bestuurders met een lange bocht

M.a.w: als ik rechtsaf sla, en de tegemoetkomende bestuurder linksaf (dus dezelfde straat in), heb ik voorrang. Mijn bocht is korter, de zijne langer (hij moet mijn weghelft oversteken, wat zijn handeling gevaarlijker maakt dan de mijne en de reden is dat ik dan voorrang heb)

3: rechtdoorgaand verkeer heeft voorrang op afslaand verkeer op dezelfde weg

Het magische woord is hier verkeer. Dat is niet hetzelfde als bestuurders. De eerste 2 regels gelden alleen tussen bestuurders onderling; deze regel geldt voor elke verkeersdeelnemer: voetgangers inbegrepen. Dus als ik rechtsaf wil slaan en een voetganger gaat rechtdoor (steekt over vanaf het trottoir), heeft de voetganger voorrang; de aan- of afwezigheid van een zebrapad verandert hieraan niets


 

Gelegenheidsvoorrang

wat betekent dat?

Stel je een gelijkwaardig kruispunt voor: rechts heeft voorrang.

Er komt iemand van rechts, maar die moet stoppen voor een overstekende voetganger op een zebrapad.

Stop je dan toch voor die bestuurder? Nee toch? Dat is gelegenheidsvoorrang; je maakt gebruik van de voorrang die de voetganger heeft op de bestuurder van rechts.

Dit werkt soms ook tussen bestuurders onderling.


gelegenheidsvoorrang

Stel je voor dat jij (A) linksaf wilt slaan. Er komt ook een bestuurder van links (B), die rechtsaf slaat, en een tegenligger (C), die rechtdoor gaat.

Normaal gesproken heeft jouw tegenligger (C) voorrang op je. Maar (B) komt voor hem van rechts. De tegenligger mag het kruispunt niet blokkeren of oprijden wanneer die het kruispunt niet onmiddelijk kan verlaten, waardoor jij (A) je bocht naar links kunt maken, terwijl de auto van links (B) zijn bocht maakt. Daarna mag jouw tegenligger (C) ook doorrijden. Voila: gelegenheidsvoorrang.


Dit is maar een enkel voorbeeld; er zijn nog veel meer mogelijke situaties waarin gelegenheidsvoorrang van toepassing is.

Erg belangrijk is wel, dat je kruispunten nooit blokkeert wanneer je toch niet door kunt rijden. Dit is trouwens ook nog eens verboden volgens de wegcode (geen onnodige hinder veroorzaken).

Het belangrijkste voordeel van gelegenheidsvoorrang is wel dat dit de doorstroming verbetert en de milieubelasting (vervuiling, lawaai) verlaagt. Het is dus effectief ook goed voor je portefeuille!

Doe dus je best dit je kind ook aan te leren; besteed er aandacht aan, maak tijd vrij om het principe uit te leggen en illustreer met voorbeelden.

Nog 3 voorbeelden:


gelegenheidsvoorrang2

Eerst mogen A en C, dan mag B


gelegenheidsvoorrang3

Eerst mogen A en C, dan mag B


gelegenheidsvoorrang4

Eerst mogen A en B, dan mag C