Les 18: Eco Driving

Eco Driving en schakelen

Versnellen

Bij het leren van schakelen is het belangrijk te onthouden: eerst goed, dan snel.

Het schakelen onder de knie krijgen is een kwestie van lichaamsgeheugen (ook wel spiergeheugen genoemd).

Dat betekent dat je lichaam, niet je hoofd, gewend moet raken aan de handeling. Het is dus heel belangrijk allereerst goed te schakelen. Maar wat is nu de beste methode om dit te leren?

  • gas geven
  • hand op de versnellingspook
  • koppeling intrappen
  • gas volledig loslaten (op bijna hetzelfde moment dat je je gas loslaat, maar nèt iets later)
  • schakelen
  • koppeling omhoog laten komen
  • gas geven (op bijna hetzelfde moment dat je de koppeling omhoog laat komen, maar nèt iets later)

Na het schakelen (en op alle andere momenten dat je de koppeling niet gebruikt) is het het beste je linkervoet naast het pedaal te plaatsen (niet eronder of ervoor), op de voetsteun die daarvoor is voorzien.

Op die manier:

  • voorkom je dat je de koppeling toch indrukt of je voet erop gaat rusten, waardoor de koppeling slipt. Is dat het geval, dan slijt je koppeling veel sneller dan normaal en stijgt het brandstof verbruik direct (en op termijn ook nog eens progressief)
  • leert je lichaam het koppelingspedaal vinden (lichaamsgeheugen). Daardoor zul je snel kunnen reageren indien nodig zonder continue bij de koppeling te hoeven blijven plakken
  • raken je linkervoet en -been minder vermoeid, speciaal tijdens lange ritten. Met je voet op de voetsteun rusten je enkel en knie in een hoek van ongeveer 90°, wat belasting en vermoeïng voorkomt

Onthoud dus: eerst goed doen, dan sne doen. Je moet leren lopen voordat je kunt rennen.

vertragen

Als je moet remmen of vertragen, is het niet nodig terug te schakelen.

Dit is nieuw voor de meesten (de “terugschakelaars”) onder jullie, maar niet voor Europa en autoconstructeurs.. Terugschakelen dateert van de jaren ’70 / ’80, toen automotoren nog werkten met een carburateur. Die kom je vandaag de dag alleen nog tegen als klassieker, maar rollen al sinds decennia niet meer uit de fabriek. Sterker nog: auto’s worden juist voorzien van besparingstechniek en -technologie waarvan je gèèn gebruik maakt als je wèl terugschakelt.

Wat is dan de juiste techniek?

Wanneer je ziet dat je moet afremmen of vertragen, laat je vroegtijdig je gas los.

Da’s alles! Lekker simpel toch?

Wanneer je de auto laat uitbollen op deze manier verbruik je tijdens het vertragen gèèn brandstof; het motormanagement sluit de brandstoftoevoer volledig af (tot het moment dat het stationaire toerental is bereikt). Wanneer je terugschakelt, is dit niet het geval en verbruik je wel brandstof. Bovendien betekent terugschakelen ook onnodige slijtage aan de koppeling, motor en andere betrokken onderdelen, en onnodige handelingen voor de bestuurder die de aandacht enkel kunnen afleiden van het verkeer.

Niet doen dus!

Eco Driving is een systeem van vroeg waarnemen, vooruitkijken en anticiperen en inzicht, met gebruikmaking van begrip van het voertuig, de weg en het verkeer. Een correcte rijstijl maakt gebruik van alle mogelijke manieren, Eco Driving incluis, om je rijstijl te optimaliseren m.b.t. veiligheid en milieu.

Daanaast kan ik je uit ervaring vertellen dat Eco Driving een kalme rijstijl is. Je maakt daarbij maximaal gebruik van de mogelijkheden van de auto terwijl je de veiligheid ook nog eens maximaliseert. Want vooruitkijken, anticiperen en verkeersinzicht zijn natuurlijk goed voor de verkeersveiligheid..

Pas het toe, oefen het en raak er aan gewend. Dan kun je je kind ook veel beter coachen in deze rijstijl.