rijles 3: stuurtechnieken

We onderscheiden 2 stuurtechnieken, welke elk hun voor- en nadelen hebben. Gelukkig is de juiste methode kiezen geen kwestie van inzicht, maar van vaste factoren. Het is ook handig te weten dat de juiste positie van de handen niet (meer) 10 voor 2 is, maar kwart voor 3. Dit i.v.m. de airbags waarover elke moderne auto beschikt. Met je handen op 10 voor 2 zitten je armen en ellebogen in de weg als de airbag ontploft, met mogelijke botbreuken tot gevolg.

  • doorgeef-methode
  • overpak-methode

De doorgeef-methode is in de meeste gevallen de beste methode. Deze methode geeft de de meeste controle over de auto, de meeste nauwkeurigheid en staat je ook ten alle tijden toe de hendels te bedienen. Bovendien kun je makkelijk het stuur terug laten glijden wanneer je de bocht uitkomt, wat de helft van het (terugstuur-)werk scheelt.

De overpak-methode is goed wanneer het niet om nauwkeurigheid gaat, maar om snelheid. Dan moet je hoofdzakelijk denken aan wegrijden vanuit parkeerstand en keren op de weg.

Over het algemeen gebruik je

  • de doorgeef-methode tijdens normaal rijden
  • de overpak-methode tijdens manoeuvres

Hier een video van de doorgeefmethode (de overpakmethode is bekend genoeg; die behoeft geen video):